Een industriële hoge druk compressor is geen standaard arbeidsmiddel. De drukken waarbij dit soort systemen werken — van 200 tot 700 bar — stellen hoge eisen aan ontwerp, installatie en keuring. De Europese en Nederlandse wetgeving sluit daar op aan. Wie een hoge druk compressorinstallatie aanschaft of laat installeren, krijgt te maken met de PED-richtlijn, CE-verklaringen en een verplichte keuring vóór ingebruikname.
Hieronder leggen we uit wat die verplichtingen inhouden, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe wij dat traject begeleiden.
De PED (Pressure Equipment Directive, 2014/68/EU) is de Europese richtlijn voor drukvoerende apparatuur. De richtlijn stelt minimumeisen aan het ontwerp en de fabricage van apparatuur met een maximale werkdruk boven 0,5 bar. In Nederland is de PED vertaald naar het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016.
Voor hoge druk compressoren die werken tussen 200 en 700 bar vallen de strengste categorieën van de richtlijn van toepassing: categorie III of IV, afhankelijk van het type gas en de exacte werkdruk.
Elke hoge druk compressor die op de Europese markt wordt gebracht, moet zijn voorzien van een CE-markering. De fabrikant verklaart daarmee dat het product voldoet aan de essentiële veiligheidseisen uit de PED. Bij Bauer compressoren is deze conformiteitsverklaring standaard onderdeel van de documentatieset.
Wordt de compressor gecombineerd met een cilinderpakket of drukhouder tot een complete installatie, dan is ook een CE-samenstellingsverklaring verplicht. Die verklaring heeft betrekking op de installatie als geheel en valt onder de verantwoordelijkheid van de installateur.
Voor installaties in PED-categorie III of IV is een Keuring voor Ingebruikneming verplicht vóór de installatie in gebruik wordt genomen. De keuring wordt uitgevoerd door een erkende Nederlandse keuringsinstantie, een NL-CBI (Nederlandse Conformiteitsbeoordelingsinstantie), zoals Kiwa.
Tijdens de keuring worden onder meer de conformiteit, de veiligheidsvoorzieningen, de technische documentatie en de bereikbaarheid van componenten beoordeeld. Na een geslaagde keuring ontvangt de eigenaar een Verklaring van Ingebruikneming. Zonder die verklaring mag de installatie niet in gebruik worden genomen.
Wij begeleiden klanten bij de voorbereiding van deze keuring. De technische documentatie, de opstelling en de veiligheidsvoorzieningen zijn onderdeel van ons installatietraject. Zo is de KvI een geïntegreerde stap in de oplevering, geen aparte drempel achteraf.
Na ingebruikneming geldt voor installaties in categorie III en IV een verplichte herkeuring. De eerste herkeuring vindt vier jaar na de KvI plaats, daarna elke zes jaar. De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet toe op naleving van deze termijnen.
Naast de verplichte keuringen geldt voor alle drukvoerende installaties de zorgplicht uit de Arbowet. De eigenaar is verantwoordelijk voor veilig gebruik, tijdig onderhoud en deugdelijke inspectie, ook in de jaren tussen twee herkeuringen in.
De verantwoordelijkheid is verdeeld over drie partijen: